De smederij (of smidse) is een speciaal ingerichte werkplaats voor de smid. Met behulp van een vuur, aangeblazen door een blaasbalg, wordt ijzer of ander metaal eerst flink verhit totdat het vervormbaar is. Dan wordt het op een aambeeld in de gewenste vorm geslagen of worden er andere behandelingen mee uitgevoerd zoals lassen, splijten, rekken, stuiken, buigen, wellen, ponsen of in een vorm gieten. Dit geheel van handelingen met heet metaal noemt men het smeden van het metaal.

Het is een zeer oud beroep want sinds de tijd dat de mens metaal is gaan gebruiken wordt er natuurlijk al gesmeed. In de oudheid hing er een waas van geheimzinnigheid om de smid die met vuur en vonkenspattend ijzer in de weer was. 

De smid was onmisbaar voor de boeren, want hij maakte voor hen al het benodigde gereedschap zoals ploegen, schoppen, harken en schoffels. Voor andere ambachtslieden was de smid ook onmisbaar want voor hun beroep maakte hij ook het benodigde gereedschap zoals voor de kuiper, schoenmaker en timmerman. En natuurlijk was de smid onmisbaar voor het leger. Hij maakte wapens zoals zwaarden, strijdbijlen, speren enz. Vaak hadden militaire leiders smeden in dienst voor het vervaardigen van oorlogsmachines zoals katapulten,  blijden, belegeringstorens en stormrammen.

Tot ver in de 20e eeuw, werd de taak van hoefsmid als nevenfunctie uitgeoefend door de dorpssmid. Men ging met de paarden naar de smederij, waar zij ‘warm’ werden beslagen. Soms werden de paarden daartoe vastgezet in een speciale hoefstal.

Theo Faber, de smid van nu, beheerst vele technieken om diverse metalen te bewerken en te vormen: smeden, gieten, lassen, zetten, walsen en knippen, bijvoorbeeld. Zo vervaardigt hij nieuwe dingen, maar ook onderhoud en restauraties. In de goed ingerichte smederij worden verschillende materialen verwerkt met moderne machines. Historische objecten worden weer als nieuw.

Weetje: De meeste mensen met de achternaam ‘Smi(d)(t)(s)’, ‘Smed(t)(s)’, en afleidingen hiervan hebben waarschijnlijk in het (recente) verleden smeden onder hun voorouders. Dat geldt ook voor de Latijnse vormen ‘Faber’ en ‘Fabricius’. Het was vroeger vaak gebruikelijk om als achternaam het beroep te nemen dat men uitoefende.

FABER_004_BW

Paardbeslaan